Gedogen permanente bewoning recreatiewoningen

Print Friendly, PDF & Email

Permanent bewonen van recreatiewoningen is vaak niet toegestaan. Gemeenten kunnen permanente bewoning van recreatiewoningen wel mogelijk maken door het afgeven van een persoonsgebonden gedoogbeschikking. Wat houdt gedogen in? En hoe gaat gedogen van permanente bewoning van recreatiewoningen in zijn werk? In dit artikel leg ik dit uit.

Gedoogbeleid permanente bewoning recreatiewoningen

Handhaving ten aanzien van illegale bewoning van recreatiewoningen gebeurt vaak niet snel. Het gebeurt namelijk op grote schaal. En er moet veel mankracht voor controles worden ingezet. Er moeten immers overtredingen worden geconstateerd, voor er kan worden opgetreden. Dit leidt tot situaties waarbij bewoners jarenlang illegaal permanent in een recreatiewoning verblijven. Als gemeenten dan na een tijd hun beleid veranderen en alsnog strikt gaan handhaven, ontstaan er problemen. Bewoners die zich veilig waanden moeten hun huis uit, met soms ingrijpende gevolgen. Gemeenten kunnen een einde maken aan de onzekerheid door een keuze te maken. Deze keuze bestaat uit handhaving óf actief gedogen van permanente bewoning van recreatiewoningen. Meer informatie over handhaving bij permanente bewoning van recreatiewoningen vindt u in een eerder artikel. In dit artikel ga ik in op het gedogen van permanente bewoning van recreatiewoningen. Dit kan door middel van de persoonsgebonden gedoogbeschikking.

Peildatum persoonsgebonden gedoogbeschikking

Bij de invoering van de persoonsgebonden gedoogbeschikking stelde de minister voor een groep bewoners voor een gedoogbeschikking in aanmerking te laten komen. Dit zijn alle bewoners die op 31 oktober 2003 hun recreatiewoning permanent bewonen. Tegen permanente bewoning die na deze peildatum was gestart, moest handhavend opgetreden worden. In 2005 maakte de minister echter bekend dat gemeenten ook voor een andere peildatum kunnen kiezen. Dit moet dan wel gemotiveerd gebeuren. Belangrijk is dat het voor iedereen duidelijk is dat de gemeente vanaf de gekozen peildatum handhavend gaat optreden. Dit kan de gemeente vastleggen in beleid. De peildatum ligt over het algemeen in het verleden. De groep bewoners aan wie een persoonsgebonden gedoogbeschikking is verleend wordt hierdoor steeds kleiner. Dit systeem houdt dus in feite een uitsterfregeling in.

BRP

Een BRP-inschrijving (Basisregistratie Personen) kan dienen als aanknopingspunt voor het bepalen vanaf wanneer de permanente bewoning van een recreatiewoning is begonnen. Dit kan dus ook gebruikt worden om vast te stellen of iemand voor de peildatum in de recreatiewoning is komen wonen.

Afzien van handhaving met de persoonsgebonden gedoogbeschikking

Persoonsgebonden gedogen houdt in dat de gemeente afziet van handhaving. De beslissing om in een geval af te zien van handhaving, en dus te gedogen, is persoonsgebonden én plaatsgebonden. Het is een beslissing die alleen betrekking heeft op de genoemde bewoner in de genoemde recreatiewoning. De overtreding blijft bestaan maar de gemeente handhaaft niet. De woning moet wel voldoen aan het Bouwbesluit en de milieuwetgeving.

Rechtspraak

Dat de gedoogbeschikking strikt persoonlijk is, volgt ook uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 juni 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2014). Hierin bevestigt de Raad van State dat een gedoogbeschikking die is verleend aan een permanente bewoonster uitsluitend voor haar geldt. Deze geldt niet voor haar nieuwe partner die sinds kort bij haar inwoont. Opvallend genoeg woonde deze partner al wel permanent in de recreatiewoning op het moment dat de gemeente de gedoogbeschikking aan de vrouw verleende. Dit is verklaarbaar. In het gedoogbeleid van de gemeente is als voorwaarde opgenomen dat een gedoogbeschikking wordt afgegeven als de permanente bewoning voor 1 januari 2008 is gestart. De partner is ruim na deze datum permanent in het vakantiehuis komen wonen. Dat de vrouw in dit geval een persoonlijke gedoogbeschikking krijgt verleend, wil dus niet zeggen dat de partner hierdoor ook permanent in de recreatiewoning mag blijven wonen.

Persoonsgebonden gedoogbeschikking staat niet open voor bezwaar en beroep

Uit een uitspraak van de Raad van State van 24 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1356) blijkt dat een persoonsgebonden gedoogbeschikking geen besluit is in de zin van artikel 1:3 lid 1 van de Awb. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan dit anders zijn. Dit betekent dat tegen een gedoogbeschikking over het algemeen geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen kunnen worden ingezet. De bewoner of een derde kunnen niet in bezwaar en beroep tegen de beslissing van de gemeente om de illegale permanente bewoning al dan niet te gedogen. Helemaal machteloos staan de bewoner en derde echter niet. De derde kan een handhavingsverzoek indienen en de bewoner kan een vergunning aanvragen of een handhavingsbesluit uitlokken. Tegen deze besluiten kunnen wel rechtsmiddelen worden ingezet.

Conclusie

Permanent bewonen van een recreatiewoning is niet toegestaan. Gemeenten kunnen permanente bewoning wel mogelijk maken door het afgeven van een persoonsgebonden gedoogbeschikking. Bij de invoering van de persoonsgebonden gedoogbeschikking stelde de minister destijds voor om alleen bewoners die op 31 oktober 2003 hun recreatiewoning permanent bewonen voor een gedoogbeschikking in aanmerking te laten komen. Gemeenten kunnen, mits gemotiveerd, voor een andere peildatum kiezen. Belangrijkste is dat het voor iedereen duidelijk is dat de gemeente vanaf de gekozen peildatum handhavend gaat optreden. Het systeem rondom de persoonlijke gedoogbeschikking houdt in feite een uitsterfregeling in. De beslissing om in een geval af te zien van handhaving, en dus te gedogen, is bovendien persoonsgebonden én plaatsgebonden. Tot slot is de persoonsgebonden gedoogbeschikking geen besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat. Indirect is bezwaar en beroep wel mogelijk door het uitlokken van een handhavingsbesluit. Heeft u meer vragen dan hoor ik dat graag van u.

Anke Nijenhuis

Anke Nijenhuis plaatste tot op heden 2 artikelen